Logo Rijksoverheid, link naar hoofdpagina

LIDA Wiki

AP37 - Identificatie authenticatie en autorisatie

Principe.png
Een architectuurprincipe is een gezamenlijk gemaakte, fundamentele en richtinggevende inrichtingskeuze die herhaaldelijk toegepast kan worden bij het inrichten van de informatievoorziening van een keten.

Dienstverlener en afnemer zijn geïdentificeerd, geauthenticeerd en geautoriseerd wanneer de dienst een vertrouwelijk karakter heeft.

Rationale

Afnemer en dienstverlener willen beide de zekerheid dat misbruik van gegevens en van diensten voorkomen wordt. Aan vertrouwelijke diensten of diensten met rechtsconsequenties, worden daarom strikte identificatie eisen gesteld. In deze gevallen worden diensten alleen verleend aan geauthenticeerde afnemers. Ook medewerkers van de dienstverlener zijn geauthenticeerd en geautoriseerd om van de voorzieningen die de dienst ondersteunen, gebruik te kunnen maken. Er zijn natuurlijk ook diensten die geen vertrouwelijk karakter hebben en daarom aan veel minder strikte identificatie eisen worden onderworpen. Een persoon is geauthenticeerd als de identiteit eenduidig is vastgesteld op basis van een geverifieerde unieke codering. Voor authenticatie van rechtspersonen wordt het RSIN (Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatie Nummer) gebruikt, voor natuurlijke personen het Burgerservicenummer (BSN).

Implicaties

Gezien de grote vertrouwelijkheid van medische gegevens enerzijds en het grote aantal betrokkenen in het Wlz-domein anderzijds is dit een een bijzonder belangrijk aandachtspunt. Ook worden er gegevens uitgewisseld die weliswaar minder privacy gevoelig zijn, maar wel een vertrouwelijk karakter hebben. Ketenbrede maatregelen moeten waarborgen dat deze gegevens goed beschermd worden tegen ongeautoriseerd gebruik en/of wijzigingen. Dit omvat in elk geval de volgende aspecten:
  • Per dienst of gegeven zijn de mate van vertrouwelijkheid en de bijbehorende identificatie- en authenticatie-eisen vastgesteld.
  • Voor een intern systeem, besloten gebouw of ruimte, geldt: niets mag, tenzij toegestaan. Daarom wordt de gebruiker voor toegangverlening geauthenticeerd. Voor afnemers van vertrouwelijke diensten geldt hetzelfde. Daardoor zijn deze gebruikers en afnemers uniek herleidbaar tot één natuurlijk persoon, organisatie of ICT-voorziening.
  • De instellingen van het aanmeldproces voorkomen dat een gebruiker werkt onder een andere dan de eigen identiteit.
  • Om de mogelijkheden van misbruik te beperken, hebben gebruikers van systemen niet méér rechten dan zij voor hun werk nodig hebben (autorisatie). Daarbij zijn maatregelen getroffen om een onbedoeld gebruik van autorisaties te voorkomen.
  • Verleende toegangsrechten zijn inzichtelijk en beheersbaar.
  • De identificatie-eis voor een samengestelde dienst wordt bepaald door de dienst met de hoogste identificatie-eis.
  • Er zijn logging functionaliteiten die door de keten heen traceerbaar maken wie toegang heeft gekregen tot welke gegevens.


Eigenschappen
IDAP37
LIDA Wiki