Logo Rijksoverheid, link naar hoofdpagina

LIDA Wiki

Uitgangspunten

Uitgangspunten IZO

Met het oog op continuïteit van zorg voor een cliënt, overdracht van voorzieningen (zowel bij overgang tussen regelingen als bij verhuizing) en het voorkomen van dubbele verstrekkingen is een integrale benadering van informatie over de domeinen heen een belangrijk uitgangspunt. Vanuit het perspectief van de cliënt is een meer uniform en integraal beeld van de zorg die wordt geleverd wenselijk. Cliënten hebben met verschillende ketens te maken. Door in alle stappen van het klantproces de informatievoorziening domeinoverstijgend te benaderen, is een goede afstemming tussen de ketens, de organisaties en de werkprocessen nodig.

Deze integrale en domeinoverstijgende benadering betekent dat bij het realiseren van nieuwe oplossingen generieke, domeinoverstijgende en breed inzetbare voorzieningen de voorkeur hebben boven specifieke, smaller bruikbare oplossingen. Dit geeft de volgende (voorkeurs)volgorde:

  1. inzet van generieke en e-Overheidsbouwstenen voor de overheid,
  2. hergebruik van bestaande componenten in de zorg,
  3. realisatie van zorgoverstijgende componenten,
  4. realisatie van domeinoverstijgende componenten in de langdurige zorg,
  5. realisatie van componenten binnen een domein van de langdurige zorg (Wmo, AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten of Zvw).

Vanzelfsprekend worden bestaande, reeds operationele voorzieningen echter niet zomaar vervangen door nieuwe, onbewezen oplossingen.

Echt eenmalige gegevensuitvraag. Door maximaal (her)gebruik te maken van bronadministraties in de keten kan de administratieve last verder worden teruggedrongen. Het standaardiseren van de gemeenschappelijke datasets is daarbij van belang. Uiteindelijk is het streven naar een situatie waarbij de klant verantwoordelijk is voor wie toegang heeft tot zijn gegevens en controleert of de gegevens juist zijn. Dit betekent dat persoons-, inkomens- en indicatiegegevens worden ontsloten door uitwisselen van brongegevens tussen de ketenpartners. Hiervoor wordt een netwerk van registers van bronadministraties opgezet.

Voorkomen van dubbele registratie en vervuiling door het zo dicht mogelijk bij de bron (klant en zorgaanbieder) registeren van gegevens. Heldere afspraken geven organisaties de mogelijkheid om toegang tot deze gegevens te krijgen en om vervuiling van eigen registraties en dubbele administratie te voorkomen. Gegevens worden rechtstreeks opgehaald bij de 'authentieke bronnen' en vormen samen een klantbeeld. Een voorbeeld van 'authentieke bronnen' zijn het GBA (persoonsgegevens), Suwinet/DKD (inkomensgegevens), maar ook een (toekomstig?) indicatieregister is als authentieke bron denkbaar. De overheid kent nu al een stelsel van 13 basisregistraties, die één geheel vormen. De registers die voortvloeien uit de langdurige zorg gaan (potentieel) onderdeel uitmaken van de basisregistraties voor de zorg. Bij hergebruik van deze registers in andere domeinen binnen de zorg moet doelbinding in acht worden genomen.

Overigens is niet in alle situaties evident wie de authentieke bron is. Zo zijn gegevens van bovenregionale cliënten in de AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten bij meerdere zorgkantoren belegd, zowel in de regio waar de cliënt woont als waar de cliënt zorg ontvangt. Is dan voor de toegewezen zorg het eerste en voor de geleverde zorg het laatste zorgkantoor verantwoordelijk?

Hergebruik van kennis en voorzieningen zorgt voor snelle implementatie, met minder kwaliteitsrisico's en met herkenbare structuren. Aansluiting op (gangbare) standaarden en bewezen oplossingen maakt een snelle adoptie mogelijk tegen aanvaardbare kosten. Gangbare standaarden binnen de zorg zijn de iWlz standaard (v/h AZR), de DBC's, de AGB en TOG-codering en de Vecozo-voorzieningen. Daarbuiten zijn gebruikte standaarden te vinden in de keten van Werk & Inkomen en bij de gemeenten. De komende jaren wordt met 24 voorzieningen via het i-NUP-programma de gezamenlijke basisinfrastructuur voor de e-overheid gevormd. Een soortgelijke beweging wordt gemaakt voor meer specifieke voorzieningen binnen de zorg, zoals de Landelijke Registratie Zorgaanbieders (LRZa).

De richtlijnen en afspraken bieden ruimte voor 'eigen smaak'. In de gegevenshuishoudingen heeft iedere partij ruimte om eigen 'smaken' toe te voegen. Dat maakt unieke afwijkingen mogelijk, zonder andere ketenpartners hiermee te belasten. Hierbij geldt wel de voorkeursvolgorde als eerder genoemd bij 'Integrale benadering'. In de onderlinge uitwisseling van gegevens blijven de algemene standaarden gelden.

LIDA Wiki